JASON WU: "Mode is meer dan creatief zijn"

Jason Wu loopt binnen, fris alsof hij niet net tien uur reizen achter de rug heeft. Gemillimeterde schedel, eenvoudig donkerblauw T-shirt en jeans. Meteen geïnteresseerd. “Waar kom je vandaan? Amsterdam? Ik ben daar nooit geweest, lijkt me geweldig.” Normaal verblijft Wu vijf dagen per maand in Metzingen, maar vanwege het fotograferen en afronden van de zomercollectie voor 2017, die deze maand in New York wordt geshowd, blijft hij een paar dagen langer. Zijn schema is heel strak is. “I love that.” Hij zegt dat hij nooit een seconde stil zit. “Ik loop altijd. Ik werk hier met zo veel afdelingen, van het atelier, marketing tot de winkelontwerpers. Weet je, het is teamwerk, uiteindelijk is het een machine met verschillende onderdelen. We moeten samenwerken.” Overigens worden de vele verschillende Hugo Boss collecties – bijvoorbeeld Boss, Boss Orange, Boss Green en Hugo - wereldwijd geproduceerd in onder andere Turkije, Azië en Italië.

Het interview met Jason Wu, artistiek directeur damesmode van Boss Womenswear, in het Duitse Metzingen is een uurtje uitgesteld. Wu (34) moet uit New York komen, waar hij woont en zijn labels Jason Wu en Grey runt. Hij kan nu elk moment landen op het vliegveld van Stuttgart, zo’n veertig kilometer hier vandaan. Hij pakt dan de taxi naar het Hugo Boss hoofdkantoor waar 2700 mensen werken in een verzameling glazen gebouwen waaronder het ‘Design Center’, verschillende kantoren en showrooms waar de Duitse retailers Hugo Boss inkopen.

Hugo Boss is sinds 1924 gevestigd in Metzingen. Een belangrijk onderdeel van het hoofdkantoor is het ‘Technical Center’, een eindeloze hal van 6000 vierkante meter, waar zo’n 300 mensen werken. Hier worden de proefmodellen van de damesmode gemaakt naar ontwerpen van Jason Wu en ook alle Hugo Boss stoffen getest op bijvoorbeeld krimpeigenschappen. Het merendeel van de fabriek wordt in beslag genomen voor de productie van het typerende slank gesneden Hugo Boss herenpak, dat Wu dus niet ontwerpt. Op de Hugo Boss mannenmode zit een anoniem team.

Bij de uitgang van de hal hangt een ideeënbus. Ernaast staat een bord met de namen en foto’s van de bedenkers van uitgevoerde ideeën die zorgden voor een nog efficiëntere productie.

 

Jason Wu studeert in 2005 af aan de New Yorkse Parsons School of Design. Twee jaar later start hij zijn eigen label. Lachend vertelt hij over wat hij zijn befaamde ‘pizzamoment’ noemt. Dat vindt plaats als hij in 2009 op televisie opeens Michelle Obama ziet in een jurk van zijn hand. Van schrik verslikt hij zich in een stuk pizza. Goed, hij had de jurk wel speciaal voor haar gemaakt, maar er waren jurken van meer ontwerpers in de race. De presidentsvrouw koos de elegante witte Wu. De impact van zijn plotselinge bekendheid was enorm, zegt Wu. “Voor mij als persoon maar ook voor mijn bedrijf, ik was pas drie jaar bezig en mijn naam dook internationaal op.”

Dat was niet alleen maar fijn, zegt Wu. “Het bracht veel druk met zich mee omdat ik nog zo jong was, superjong, rond de twintig. Ik moest zomaar ineens leren omgaan met media, die van alles over mij wilden weten. Het voordeel was wel dat ik razendsnel leerde.”

Sinds Wu ‘pizzamoment’ is Michelle Obama, die ook Boss Womenswear draagt, een trouwe klant. “En een supporter”, vult Wu aan. Hij praat in knauwerig Amerikaans, zijn stem is onverwacht diep. Geanimeerd kletst hij ook over zijn tienjarige carrière als ontwerper van poppenkleertjes. Maar het achterste van zijn tong laat de Aziaat vandaag niet laten zien.

 

Jason Wu wordt in 2012 benaderd door Hugo Boss. Wat hij voor die tijd wist van een van de grootste modemerken ter wereld? Hij somt op: “Heel groot bedrijf, Duits, veel mannenmode, goed in tailoring” Hij is verbaasd als Hugo Boss, leider op het gebied van mannenmode, hem polst voor de baan artistiek directeur vrouwenmode. “De damesmode kende ik amper.” Hij denkt een heel jaar na voordat hij het contract tekent. “Normaal handel ik vrij impulsief, maar dit was een grote beslissingen, een verplichting voor lange tijd.” Voordat hij tekent in 2013 bezoekt hij een paar keer Metzingen, om te praten, te kijken. Dat bij Boss de techniek zo’n grote rol speelt, had hij overigens niet verwacht. “Ik vond dat een interessant voordeel. Op school had ik de Italiaanse manier van pakken maken geleerd, zonder veel binnenwerk en met veel handwerk.” Opeens valt hij stil. Maakt een rekensommetje. “Vandaag zit ik hier precies drie jaar! That is so crazy! De tijd vloog om.”

 

De eerste vier Boss Womenswear collecties die Wu ontwerpt staan in het teken van het neerzetten van een sterke identiteit van de Boss vrouw. Hij inspireert de ontwerpen op de mannenmode van Boss met kenmerkende mannelijke tailoring en architecturale belijning. De wintercollectie die nu in de winkels hangt is anders, veel vrouwelijker. Wu noemt het een evolutie. “Na drie jaar vind ik het nodig de vrouwelijke kant te ontwikkelen, met voor het eerst bloemenprints en een vrouwelijke belijning. Had ik deze collectie eerder geshowd, dan had het nergens op geslagen. Nu komt het ergens uit voort, het is authentiek, het sluit aan bij het bedrijf.”

Innovatie zit in de combinatie van stofgebruik met zowel technische als natuurlijke stoffen die als een puzzel een geheel vormen. Alle stoffen die Wu gebruikt worden speciaal ontwikkeld. “Stof is het allerbelangrijkst en vormt de basis van elk design. Inspiratie haalt hij uit vintage, prints en stofvoorstellen van weverijen die vervolgens volgens Wu wensen worden aangepast.

Ook accessoires zijn belangrijk. “Als ontwerper moet je 360 graden denken en met elk aspect rekening houden. Alles moet naadloos op elkaar aansluiten: van kleding, haar en make-up, tot showlocatie en de accessoires zoals schoenen en tassen.” Prominent in de collectie is de markante Boss Bespoke tas van traditioneel leer met een handvat van gevlamd perspex. Uit de tas spreekteen combinatie van vakmanschap en moderne technologie. De voorkant oogt als een abstract schilderij.  Die bestaat in verschillende kleuren en maten. Wu’s inspiratie was de esthetische ontwerpstijl van de Duitse Bauhaus-beweging. “Ik houd van architectuur en wie in de mode werkt moet juist daar buiten kijken voor inspiratie.”

Of zijn Aziatische achtergrond van invloed is op zijn werk? Wu legt uit dat dit heel subtiel het geval is. Het zit ’m dan in de eenvoud en helderheid van zijn ontwerpen die nooit ingewikkeld zijn. Volgens Wu is dat aspect belangrijk, want mode is tegenwoordig heel internationaal. 

 

Jason Wu is zelf ook heel internationaal. De in New York woonachtige kosmopoliet is geboren in Taiwan, verhuist op zijn tiende naar Vancouver, Canada. Wu vertelt dat zijn ouders de oversteek naar het Westen namen voor een betere toekomst voor hem en zijn broer. “Ze zagen dat ik als kind erg artistiek was aangelegd, ik tekende veel, was in de weer met klei. Toen ik opgroeide in de jaren tachtig bestond in Taiwan geen vrijheid, laat staan de mogelijkheid om mijn creativiteit verder te ontwikkelen. De scholen waren academisch met exacte vakken als wiskunde. Tegenwoordig studeren ‘tons off people’ mode en design. Toen werd creativiteit niet gewaardeerd.”

Wu is nog altijd dankbaar voor het inzicht van zijn ouders. “Als ik in Taiwan was blijven wonen dan had mijn leven er totaal anders uit gezien. Het is nu geweldig!”

In Vancouver leert Wu snel Engels, naast het middelbare onderwijs volgt hij ‘art classes’, en hij leert naaien. Hij verslindt modebladen. Maar wat mode nou eigenlijk inhoudt, daar heeft hij nog geen idee van.

Wu brengt zijn puberjaren door op een privé-kostschool in de Verenigde Staten. Daar op Eaglebrook, in de staat Massachusettes , studeerden ook de huidige koning van Jordanië, Abdoellah II, en acteur Michael Douglas. Kunst en andere creatieve vakken zijn favoriet. Wu schat dat hij een jaar of zestien is als hij zich afvraagt in welke artistieke discipline hij verder wil gaan. Beeldhouwen, schilderen? Het wordt mode. Waarom? “I don’t know, ik kan het niet verklaren. Verontschuldigend lachje: “Echt, het gebeurde gewoon.” Nou goed, hij verslond al jaren modemagazines, tekende modellen na, zo moet zijn interesse in kleding geleidelijk zijn ontstaan.

Na Eaglebrook wil hij een modelabel het opzetten. Wu schrijft zich in voor de prestigieuze Parsons School of Design in New York, met alumni als Tom Ford en Marc Jacobs. Hij is super gemotiveerd, vanwege de modeopleiding, maar ook om de stad New York, waar hij als kleine jongetje uit het Taiwanese Taipei al wilde wonen. “Het is een stad van mogelijkheden, en er is natuurlijk ook zoveel te zien.”

Op de modeacademie werkt Wu zich kapot. Nachten doorhalen tot een uur of drie om projecten tot een goed eind te brengen zijn geen uitzondering. En dan is er nog dat bijzondere bijbaantje, waar hij al eerder over vertelde, ontwerper van hippe mode voor high-end poppen. “Ik wilde gewoon werken, en een vriend introduceerde mij bij een speelgoedfabriek. Als kind maakte ik al poppenkleren, dus ik zei ‘ah ik weet hoe dat moet’. Het was interessant hoor, kleren maken op kleine schaal, heel gedetailleerd werk.” En ja, natuurlijk bewaarde hij enkele van die poppen. “Ze maken deel uit van mijn geschiedenis.”

Op Parsons leert Jason Wu naast verfijnen, alles over verhoudingen. Naaien kon hij al. “Daar was ik altijd al erg goed in, net als in tekenen.” De grootste les? “Discipline. Mode staat voor meer dan alleen artistiek bezig zijn, het is business.”

Hoe het zit met zijn eigen zakelijke talent? “Weet ik niet”, zegt hij aanvankelijk bescheiden. “Maar ik denk er altijd wel aan. Ik ben niet het type ontwerper dat in een ivoren toren zit.” Wu wijst naar de persdame in een lange grijze wollen jurk uit de wintercollectie die haar vrouwelijke vormen volgt. “Ik wil dat mijn ontwerpen gedragen wordt, ik zie haar graag in mijn jurk.” Voor de zekerheid nog eens: “Ik zie mode realistisch, is dat duidelijk? Ik ben nooit een avant-garde ontwerper geweest, of iemand die kleding ontwerpt die alleen voorbijkomt tijdens een modeshow en de winkels niet haalt. Waar ik ook ben, op straat, of hier, ik kijk altijd naar wat mensen dragen. Natuurlijk in de show van Hugo Boss worden last minute altijd enkele stukken toegevoegd die iets meer ‘overdreven’ zijn, maar zelfs dan nog verlies ik de realiteit niet uit het oog. Dat is ook terug te zien in mijn Boss Womenswear ontwerpen, en mijn eigen nieuwe lijn Grey Jason Wu die meer betaalbaar en casual is dan Jason Wu.”

En dan is de tijd voor het interview om. Immers, zoals Wu al aangaf, zijn schema is erg strak. Vooruit, nog één vraag. Of Wu wel eens een wens in de ideeënbox heeft gestopt? “Ik heb het geluk dat als ik een goed idee heb, ik het altijd kan uitvoeren.” Is er echt geen wens? “Nou Aziatisch eten. Dat ik mis ik hier.”