JAN JANSEN: ‘ALS IK NIEUWE IDEEËN KRIJG, DAN MÓET IK DIE REALISEREN’
Jan Jansen (1941-2026) zat zijn leven lang in schoenen. Terwijl hij studeerde aan de schoenmakerschool in Waalwijk leerde hij tegelijkertijd het vak in een damesschoenenfabriek. Na een stage in Rome, in het atelier waar ook pumps voor Sophia Loren werden gemaakt, opende Jansen begin jaren zestig de boetiek JaJa in Amsterdam. Een enorm commercieel succes in die tijd was de klompachtige schoen Woody. Geschreven door Georgette Koning voor NRC Handelsblad. (quoten mag, mét naamsvermelding)
Gedurende zijn ruim 60-jarige carrière ontwierp Jansen duizenden schoenen die wereldwijd verkochten. In Tokio werd hij in 2005 benoemd tot professor op de prestigieuze Bunka modeacademie. In Amsterdam had hij aan het Rokin jarenlang een winkel, een paradijs voor liefhebbers van bijzondere schoenen.
“Als ik nieuwe ideeën krijg, dan móet ik die realiseren, dan móet ik daar een tekening, een leest en hak van maken.”
In 2006 draaide een feesttaart met tientallen luidruchtige schoenen als kaarsjes in de hoeketalage van de Bijenkorf. Laarzen met bolle plateauzolen als stootkussens, schoenen met miraculeuze zweefhakken, een flirterig lippenpump uit de ‘Linea Erotica’ – de schoenen van Jan Jansen zijn niet voor verlegen mensen. Louki Boin, voorzitter van de Vereniging van Modejournalisten noemde de schoenen destijds “draagbare kunstwerken”.
Wat vond u daarvan?
“Dat is een gewetensvraag. Ik zeg altijd dat ik geen kunstenaar ben maar een industrieel ontwerper. Een kunstenaar is vrij om te doen wat hij wil, die kan een beeld maken van drie meter hoog. Ik kan geen schoen maken van drie meter hoog. Een koffiezetapparaat moet koffie zetten, in een schoen moet je kunnen lopen.”
U bedacht veel bijzondere ontwerpen en gebruikte allerlei materialen. Bent u niet bang uitgeput te raken?
“Lang niet alles is gedaan. Dat dacht ik wel even toen dertig was. Maar niets is minder waar, het gaat nog altijd door.
Werkt u vanuit materiaal of historie?
“Nee, ik werk vanuit een silhouet, ik maak eerst een leest, hak of plateau. Daarna komen de modellen, dan de materialen en de kleuren, daar helpt Tonny, mijn vrouw bij. Zij is daar heel goed in. Ik kijk niet in musea op oude schilderijen, dat is niet mijn inspiratiebron.”
Herhaalt u wel eens een ontwerp?
“Ja, twintig jaar geleden heb ik bijvoorbeeld nog de bamboeschoen, die met de hand gemaakt wordt, opnieuw uitgebracht.”
LEES DOOR ONDER FOTO
De Orchidee schoen van Jan Jansen. Jurk van Fong-Leng, Styling Frans Ankone, Make-up en haar Celine Bernaerts. Fotografie Jasper Abels voor MIRROR MIRROR
U bedoelt de schoen met een ‘open’ zool van bamboe die is gekopieerd door Prada?
“Ja. Maar het is me zo vaak gebeurd. Als een fabriek in China mijn ontwerpen namaakt, praat niemand erover, wel als grote namen als Armani en Prada het doen. Zo is het leven.”
De afgelopen jaren is de interesse voor schoenen toegenomen, maakt dat het vak leuker?
“Zeker. De categorie mensen die hun voeten in een zwart gat stoppen wordt kleiner. Een tv-serie als Sex and the City had daar mee te maken. Maar ik kreeg destijds niet opeens andere mensen in mijn winkel. Het zijn altijd al liefhebbers geweest.”
Zou u een bredere klantenkring willen hebben?
“Ik ga gewoon door zoals ik nu bezig ben. Wat ik wel heel leuk zou vinden is een goedkope lijn met schoenen onder de 100 euro. In mijn outletwinkel gaan studenten altijd erg blij de deur uit met Jan Jansen schoenen voor de helft van de prijs. Het zou leuk zijn als bijvoorbeeld H&M tegen me zou zeggen: ‘Ontwerp een collectie, dan laten wij het produceren’. Zelf kan ik dat niet realiseren.”
In 2006 reikte de Nederlandse Vereniging van Modejournalisten de felbegeerde Max Heymans-ring uit aan Jan Jansen. Met de prijsuitreiking werd zijn wens vervuld.