SUZANNE VERBERK: ‘IK BLUFTE ME OVERAL NAAR BINNEN’

Suzanne Verberk voor Mirror Mirror #21 Fotografie: Jouke Bos. Make-up: Chanel Beauty

Ze twijfelde lang: make-upartiest is dat een carrière voor mij? Parijs, heb ik daar iets te zoeken? Laatbloeier Suzanne Verberk koos uiteindelijk voor het vak en werkte in Parijs en Nederland met de grote namen. En nog steeds. Door Georgette Koning.

SMAAK & SCHOONHEID

‘Als puber was ik rebels en de middelbare school, laat ik het zo zeggen, heb ik niet helemaal goed afgerond. De concentratie ontbrak. Mijn leraren dachten: ze vindt alleen tekenen leuk. Die creativiteit dank ik aan mijn moeder. Ze kwam uit Joegoslavië, was erg creatief, muzikaal, droeg mooie kleding en onderhield een prachtige tuin. Ze had smaak. Was ook knap, had perfect haar, lange gelakte nagels en mooie kleding. Haar schoonheid moet als kind indruk op mij hebben gemaakt. Als we ergens binnenkwamen keken mensen op. Ik denk dat ze zelf nooit de mogelijkheid heeft gehad om haar creativiteit te uiten.’

MISS SPORTY

‘Ik groeide op in het Brabantse Veghel en Eindhoven, waar ik sinds mijn elfde woonde. Vanaf mijn veertiende was ik al druk bezig met uitgaan. Mijn eerste crush was Elvis en nadat ik op mijn twaalfde de film Purple Rain had gezien was het Prince. Ik vond hem zó knap, de kleding cool, en op mijn manier kopieerde ik dat. Mijn eerste stijlicoon was Blondie, eind jaren tachtig. Ik hield van mode en make-up, droeg eyeliner en lipstick van het Britse Miss Sporty en had een paletje met oranje, groen, geel en blauw en al die kleuren gingen soms tegelijk op mijn gezicht. Ik winkelde kleding bij Mac & Maggie, dat elk halfjaar een tijdschrift uitbracht. Van de foto’s maakte ik collages. Wat ik na de middelbare school moest doen wist ik niet en ging werken in de horeca.’

PERNELL KUSMUS

‘Op een gegeven moment, ik was al 23, zei een vriendin: je moet nu écht iets gaan doen. Zij had een schoonheidssalon, vroeg of ik bij haar wilde werken, maar gezichtsbehandelingen boeiden mij niet. Make-up wel. Ik had een boek van de beroemde Canadese visagist Kevyn Aucoin en probeerde zijn looks en tips uit.

Ga make-up doen, zei de vriendin en gaf me een aanmeldingsformulier van make-upschool Mieke Petiet in Amsterdam. Daar leerde ik het maken van standaard make-uplooks waar je een eigen draai aan kon geven. Maar of ik van make-up mijn beroep wilde maken, wist ik echt nog steeds niet.

Tot ik vaak een heel lange knappe man zag, met een make-upkoffer. Dat bleek Pernell Kusmus, een succesvolle make-upartiest die net als ik in Eindhoven woonde. Hij werd een voorbeeld. Ik dacht: die heeft het helemaal gemaakt in dit vak. Hij werkte in Amsterdam en Antwerpen met de later beroemde Inge Grognard. Maar uit onzekerheid dacht ik: klanten zien me al aankomen met mijn kleine koffertje en Brabantse accent.  Dus de keus om make-upartiest te worden heb ik lang voor me uitgeschoven, maar zijdelings bleef ik bezig.’

PARIJS

‘Naast mijn werk in de horeca maakte ik vrij werk met een fotograaf. Mijn toenmalige vriend, nu man, vroeg wat ik deed met al die foto’s. Nou niets; ik vermoedde dat ik met make-up niet echt geld kon verdienen. Hij: waarom niet? Ik: dan moet je héél goed zijn en bij een agentschap zitten en bovendien moet ik een portfolio maken om mijn werk te laten zien. Doortastend pakte hij een map en stopte al mijn foto’s erin. En zei: dit is je portfolio!

Ja. Ik ging ervoor, werd ingeschreven bij het agentschap Creative Connections, waar Pernell ook had gezeten. Ging aan de slag en verdiende met reclameopdrachten waar enthousiast op gereageerd werd. Het zette mij aan het denken en ik dacht erover om naar Parijs te gaan en daar een carrière te beginnen.’

LEES DOOR ONDER DE FOTO

Suzanne Verberk voor Mirror Mirror #21 Fotografie: Jouke Bos. Make-up: Chanel Beauty

BINNEN BLUFFEN

Samen met mijn man, net afgestudeerd aan de Design Academy, verhuisde ik naar Parijs. Hij vond een stageplaats. Ik moest met mijn ervaring – vrij werk, geen mode-opdrachten – werk zien te vinden. Maar als ik in modebladen keek, dacht ik: dat kan ik niet.

Ik kwam op het idee om een korte privé-cursus op een visagie-school te volgen waar veel bekende make-upartiesten vandaan kwamen. Na een intense week kon ik alles. Zoekend naar een baan als assistent bleek het supermoeilijk om er als buitenlandse beginner tussen te komen. In de museumwinkel van Centre Pompidou vond ik Le Book, met adressen van agentschappen. Die ben ik allemaal afgegaan, ik blufte me overal naar binnen: ik ben Suzanne en heb een afspraak met die en die. Zo doorkruiste ik Parijs op zoek naar fotografen en make-upartiesten die ik mocht assisteren. Na drie maanden leuren kreeg ik namen door van fotografen bij wie ik mocht testen. Zo kon ik veel werk maken en soms assisteren. Het eerste jaar in Parijs verdiende ik 75 euro. Ik was toen al 29.

PAT MCGRATH

‘Ondertussen bleef ik agentschappen bestoken met nieuw werk. Er was een agent, Olga Heuze, die wel met me wilde werken. Zo kwam ik in de teams van onder anderen Pat McGrath, Diane Kendal en Charlotte Tilbury. Geweldige make-upartiesten die tijdens de modeweken showmake-up bedachten voor alle topdesigners. De eerste assistent van Charlotte Tilbury vertelde me eens dat Tilbury had gezegd: ‘Dit blijf ik niet altijd doen. Ooit ga ik mijn eigen make-up maken.’ Ze kon toen al met weinig producten hele sexy, coole looks maken. Haar eigen lijn is fijn, met producten die echt deliveren. Wat ze er ook slim bij bedacht is een duidelijke uitleg: dit is hiervoor, zó gebruik je het, dan werkt het. Met Pat deed ik de grootste shows, onder andere van YSL, Yohji Yamamoto, Gucci, Versace, Valentino.’

MODELLEN VAN KLEUR

‘Begin 2000, toen ik ging werken voor shows, liepen er nog amper modellen van kleur mee. Je had Naomi Campbell, Alek Wek en Jourdan Dunn. Bij de grote shows waren er van de zeventig modellen misschien drie van kleur. Aziatische modellen zag je helemaal niet op de catwalks. Bij mijn eerste Dior show in 2001 liepen vrijwel alleen lange dunne Oost-Europese modellen mee. Pas toen de Aziatische markt financieel interessant werd voor luxe modemerken verschenen opeens volop Aziatische modellen op de catwalks. Nee, het showgebeuren was zo’n 20 jaar geleden absoluut niet inclusief. Mijn meest gebruikte foundations waren C1 en C2, lichte tinten, en altijd op. De omslag naar echt meer diversiteit kwam niet zo lang geleden, een jaar of tien terug.’

TOTALE PERFECTIE

‘Pat McGrath was lang verantwoordelijk voor de shows van Dior onder John Galliano. Ze bedacht vaak mega uitbundige looks. Het was daarom heel cool om deel uit te maken van haar team. Bij technisch moeilijke make-uplooks met veel verschillende producten werkten we in een bepaalde volgorde. Alle modellen zagen er altijd perfect uit. Dat kan alleen Pat, ook door met een goed team te werken. Hóe goed ze was, zag de mode- en beautywereld nadat haar glass skin-look voor de Maison Margiela coutureshow S/S 2024 viral ging.

Over Pat’s totale perfectie: haar line-up met alle opgemaakte modellen ziet er altijd flawless uit. Niet alleen de gezichten, maar van top tot teen, de vingers, de benen. Alles klopt. Ik maakte het elders wel eens anders mee. Als ik daar dan iets over zei, vond iedereen het wel ‘goed genoeg’. Huh?’

DOEL BEREIKT

‘Of ik zelf de ambitie had om in het buitenland een make-upster te worden? Dat had me leuk geleken. Maar het liep anders. Na anderhalf jaar wonen in Parijs, waar ik veel werk had, wilden we graag terug naar Nederland, met het voornemen om later weer naar Parijs te gaan. Eerder vertelde een Nederlandse make-upartiest, Nina Haverkamp, die in Parijs werkte, dat ze dat ook had gedaan. Het leek mij een goed plan. In Nederland bleek veel werk te zijn – zowel editorial als commercieel – en we kregen onze dochter. Toch was het was geen droom die ik liet gaan. Ik had mijn doel bereikt. Ik werk zo nu en dan nog in Parijs.’

IETS GEKKIGS

‘In mijn stijl zit een bepaalde rauwigheid. Mijn make-up is niet volgens de norm ‘knap’. Ik probeer het model belangrijker te laten zijn dan de make-up. Het gaat om het meisje. Dat ik haar karakter kan versterken. Mijn stijl is op een bepaalde manier ook minimalistisch, soms grafisch. Ik hou van bodypaint – van het aanbrengen van spontane vegen tot grafische kleurvlakken. Het spelen daarmee. Die stijl zie je terug in mijn vrije werk.

Wat betreft modellen hou ik ervan als ze niet te perfect zijn. Een knap poppetje inspireert me niet. Imperfecties zijn leuk, meisjes met iets gekkigs. Iets waar ze zich een beetje voor schamen, vertellen ze me dan: een te kleine mond, ogen die niet symmetrisch staan. Uiteindelijk springen ze er in producties en tijdens shows uit.’

RAFELIG ZEEFDRUK GEVOEL

‘Als make-upartiest vind ik het belangrijk om met het team het onderste uit de kan te halen. Fotograaf Alique wist mensen enorm te pushen. Je komt dan in een soort strijd met jezelf om tot het mooiste te komen. Inspiratie haal ik onder andere uit abstracte kunst, en ik zie graag foto-exposities. Viviane Sassen en Blommers & Schumm zijn te gek. Recent inspirerend vond ik de expositie van grafisch ontwerper Karel Martens in het Stedelijk. Ik heb steeds vaker zin om andere creatieve dingen te doen, zoals zeefdrukken en daarmee de kunstkant op te gaan, kleurcombinaties en texturen uitproberen. Of het rafelige zeefdrukgevoel vertalen in make-up. Creatieve vrijheid krijg ik bij MIRROR MIRROR, vroeger kon het voor meer bladen. Daarvoor zitten we als creatieven toch in deze business?’

VIRTUAL COSMETICS

‘Vijftien jaar geleden bezocht ik in Londen een masterclass van de Britse make-upartiest Dr Alex Box (@thealexbox) bekend van haar facepaints. Over artificiële intelligentie (AI) zei ze: het is nu nog niks, maar later kun je make-up op je computer ontwerpen. Ik dacht: hé, wat zegt ze nou? Ze werkte op een computerschermpje met in haar hand een tool waarmee ze airbrush-achtige effecten tekende. Bizar vond ik.

Vijf jaar geleden maakte Alex Box de eerste virtuele 3D-modellen. Inmiddels heeft ze met Philip Delamore, V-Metics opgezet: world’s first intuitive cosmetic software. Het is géén AI, want je tekent looks op modellen door het selecteren van onder andere foundationkleuren, liptinten en texturen. Bijzonder is dat het hoofd alle kanten kan opdraaien. Ik heb ermee geëxperimenteerd en het is fantastisch, fascinerend en het komt op de markt. Het is de toekomst, ik zie mij dat wel onderzoeken.’ @suzanneverberk NCL Representation

Suzanne Verberk voor Mirror Mirror #21 Fotografie: Jouke Bos. Make-up: Chanel Beauty

Vorige
Vorige

‘THE LAST QUEEN OF PARIS’ IS OVERLEDEN

Volgende
Volgende

RAF SIMONS VERKOOPT ARCHIEF STOCK