AMIE DICKE: ‘KUNST MAKEN IS VOOR MIJ NOODZAAK’

Een foto van een modellengezicht met weggesneden delen en zwarte lijnen. Luguber, intrigerend. Dat iemand het lef had om op een kunstwerk zo te keer te gaan in het gezicht van een fotomodel! Mijn modehart deed pijn.

‘De ijdelheid van de mens en de enorme hang naar correctie en perfectie vind ik interessant’, zegt Amie Dicke (45). ‘Dat gegeven vergroot ik uit in mijn werk.’ Als kunstenaar tast ze bestaande beelden aan, om zo ‘opnieuw het beeld in te kunnen gaan’. Hiervoor past ze verschillende technieken toe, waaronder een vlijmscherp mesje. Zo’n twintig jaar geleden zag ik voor het eerst zo’n snijwerk van Amie Dicke.  Ze was een jaar eerder afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. ‘Met totaal ander werk. Een marsepein-afdruk van de ruimte tussen mijn benen, bestrooid met suiker.’

Tijdens vijf jaar kunstacademie had Dicke veel geleerd van andere kunstenaars, vertelt ze. ‘Maar dan ben je zelf aan de beurt en moet je afstuderen. Ik heb mezelf, als jonge 22-jarige kunstenaar, toen vrij letterlijk een houding proberen te geven met een sculptuur die niet was uitgevoerd in brons, marmer, hout of keramiek, maar in kwetsbaar marsepein: The Space Between my Legs. Ik vroeg me op dat moment af: maar waar sta ík straks? Wat kan ik toevoegen aan de kunst? Hoe hou ik me staande in de kunstwereld als jonge vrouw?‘

WE HEBBEN BEHOEFTE AAN DE BELOFTE VAN SCHOONHEID
— AMIE DICKE

De gerenommeerde Galerie Diana Stigter in Amsterdam merkte Dicke’s marsepeinen werk op en vroeg haar in 2000 te exposeren. Vanwege het niet houdbare marsepein dat bovendien inzakte, ging er bij Dicke iets ‘aan’ over vergankelijkheid, schoonheid en de ‘versheid’ van beeld. Ze dacht na over het maken van andere kunstwerken. En over schoonheid en het vrouwbeeld an sich, dat in modetijdschriften, maar ook op straat, op iedereen wordt afgevuurd.

Het inspireerde haar in 2001 aan een keukentafel in New York tot haar eerste snijwerken. Ze haalde uit bestaande foto’s ruimtes weg en voegde zwarte lijnen toe. ‘Op een bepaalde manier zijn het zelfportretten’, licht Dicke toe. ‘In New York was ik voor het eerst weg van alles en iedereen. Ik werd geconfronteerd met de grote stad, met ambities en dromen die zo’n stad met zich meebrengt. Ik ervaarde eenzaamheid en ook dat zit in die snijwerken.’

Lees verder onder de foto

Modebeelden uit magazines vormden Amie Dicke in haar jonge jaren. ‘Ik spiegelde me daar aan. Thuis lagen altijd veel tijdschriften, mooie ook, architectuurbladen zoals Domus. Dicke herinnert zich dat ze als 11-jarige een abonnement cadeau kreeg op de Donald Duck. Of ze die mocht omruilen voor de Elle? Als tiener knipte ze dingen uit magazines, maakte collages.

Toen Dicke in groep 8 moest opschrijven wat ze later wilde worden, schreef ze op: beeldregisseuse. ‘Op een bepaalde manier ben ik dat geworden. Al kijkend verhoud ik me tot beeld in de ruimste zin van het woord.’

Als student op de Willem de Kooning tekende ze op modetijdschriften. ‘Tijdschriften waren voor mij als een kladblok. Ik houd van tijdschriften. Waarom? Het is een combinatie van aantrekkingskracht en irritatie.’

Is je uitgesproken snijwerk ook een kritiek op de mode-industrie? ‘Deels misschien. Ik zeg soms over de eerste snijwerken dat ik beelden aanviel. Maar waar het mij vooral om gaat is het bevragen. Waarom worden bepaalde beelden op ons afgevuurd en, waarom werkt dat? Omdat we ze mooi vinden? Veel mensen zien mode als iets oppervlakkigs of commercieels. Dat komt denk ik door de angst voor schoonheid. Ik neem mode juist heel serieus.

‘Foto’s kunnen verleidelijk zijn, met naakte vrouwen in bepaalde houdingen. Of in kleding die op een bepaalde manier is geplooid. In zekere zin lijkt het heel erg op klassieke schilderijen.

‘Ondertussen bevraag ik ook mijn eigen positie. Ik wil de beelden begrijpen, analyseren. Het is een bijna anatomisch opensnijden op zoek naar een antwoord op de vraag: hoe zit het nou in elkaar? Dat is het gevoel achter die snijwerken.’

Met een fascinatie voor modefotografie, koos je op de academie voor kunst. ‘Het is geen kwestie van kiezen. Kunst maken is voor mij echt noodzaak. Het maken van zo’n marsepeinen beeld was natuurlijk toch wel een stap. Voor een werk móet ik soms echt met mijn vingers in een achterlijke hoeveelheid foundation zitten. Of iets besmeren met lipstick.’

Lees door onder de foto

Je doelt op je huidige werken. Hiervoor gebruik je foundations, waarmee vrouwen hun onvolkomenheden wegpoetsen. Waarom foundations? ‘Het woord foundation vind ik spannend, het klinkt als ‘zwaar’. In het Engels betekent het stichting of fundering. Het doet me denken aan een betonnen structuur. Als make-up is foundation onzichtbaar, net als filters op de telefoon, zonder dat we er nog erg in hebben.

‘Ik wrijf foundation op hele grote prints, uitvergrotingen van foto’s die ik laat drukken op heel mooi papier. Nieuw zijn mijn lipstick-werken. Ik heb honderden lipsticks in allerlei kleuren en verschillende texturen van glossy tot mat. Lipstick is een soort krijt waar ik met mijn vingers in wrijf. Ik heb net een paar hele grote lipstickwerken gemaakt. Het is een ontdekkingstocht, spannend ook, want het moet wel in één keer raak zijn.  Mensen denken weleens dat het foto’s zijn, maar dat is dus niet zo.’ 

Wat fascineert je aan make-up? ‘Met make-up wordt een masker aangebracht, een laag die we dus elke ochtend aanbrengen. Wat je opbrengt is een klein schilderijtje. Je corrigeert je dagelijkse aanblik. Naar zulke menselijke gedragingen kan ik soms ook antropologisch kijken.’

Al eeuwenlang gaat het in de kunst over schoonheid. Heb je inmiddels ontdekt wat jou definitie van schoonheid is? ‘Ik gebruik vaak een quote van de Franse filosoof Simone Weil: ‘Beauty always promises better but never gives’. Die vind ik nog steeds goed klinken. Schoonheid is de belofte.  Die belofte is heel sterk en daar hebben we behoefte aan. Mythe-vorming en de hoop op een ideale schoonheid. Dat is wat als verhaal in stand wordt gehouden.’

De mode- en beauty-industrie spelen daar op in. Zo is het altijd voorgespiegeld in magazines. ‘Ja. Ook als je kijkt naar de hoer en de heilige, zoals de bijbel die voorspiegelt, dat zijn ook archetypes. Vrouwbeelden, uitgedrukt op vele manieren zijn een gegeven, een afbeelding. Ik merk dat ik het heel fijn vind om hierop te reflecteren, daarom begin ik een nieuw werk nooit met een wit canvas.’

Je vertrekt altijd vanuit bestaande beelden, van modefoto’s tot modecampagnes. Hoe ga je daarmee te werk? ‘Als ik een bekend beeld aanpak verwijder ik eerst het logo. Dan kijk ik wat er over blijft en zoek naar een oplossing om langer naar het beeld te kijken. Hoe mooi en geweldig ik een foto van Kate Moss ook vind, ik zou hem nooit ophangen. Er moet iets weg, zodat ik er langer naar kijken kan.

‘In mijn werk gaat het om weghalen door toevoegen. Eerder ontleedde ik, door snijden, elementen uit gezichten. In mijn huidige werk schuur ik delen weg en bedek die met foundations. Net als bij The Space Between my Legs, mijn eerste sculptuur, ‘wijs’ ik altijd naar tussenruimtes. Waardoor andere dingen worden opgemerkt.’

De afgelopen jaren ligt ook in de mode-industrie de focus op inclusiviteit. Hoe kijk jij hierna? ‘Laatst bladerde ik door een stapel oude tijdschriften. Wat me opviel is dat nu geen wit model maar een zwart model hetzelfde horloge ‘verkoopt’. Ze staat in eenzelfde soort houding, met de mond nog steeds een beetje open, het hoofd een tikkie stoer, maar wel scheef. Verder zie ik aan het beeld weinig verschil. Zelfs al zou een model non-binair of plussize zijn, dan zie ik toch aan het beeld wat verkocht moet worden - het horloge, een parfum of een tas. Ja, het klopt dat door diversiteit een groter publiek wordt bereikt.’

Je past beeld aan dat gemaakt is door anderen. Heb je hier ooit last mee gehad? ‘Eigenlijk is de modewereld altijd aardig voor me geweest. In het begin heb ik eens een klacht gekregen van een merk dat geld wilde zien. Maar anderen vonden mijn werk fascinerend. Het resulteerde in samenwerkingen met bladen als V Magazine en met modefotografen als Mario Sorrenti, Mario Testino en Sølve Sundsbø.’

Waarom valt je werk zo goed in de modewereld? ‘Er zit veel overlap tussen kunst en mode. Beide gaan over het uitdragen van gevoel. Dat kan op zoveel manieren. Het gaat over de maakbaarheid van je persoonlijkheid. Een dagboek, een portret wat ik van mezelf maak met beeld van anderen, je kan het herkennen, je kan je er aan ergeren of het kan je plezieren.

‘Wat me nu vooral bezighoudt is hoe hard het gaat met TikTok. Hoe iets niet langer alleen binnenkomt via bladen, maar de hele dag door. Verder geloof ik dat beeld heel snel werkt. In de breedste zin van het woord. Het zien is heel krachtig. De beeldcultuur gaat honderd keer sneller dan ergens woorden voor vinden of aan geven. Dat snapt en voelt iedereen goed aan.

‘Ik zie dat ook aan mijn dochter, die enorm veel kennis heeft van make-up, 100 x meer dan ik ooit. Mijn moeder stuurde me een keer naar een make-upcursus om iets te leren, ik ben niet ver gekomen, ben er ook eerlijk gezegd niet zo goed in, ik heb het geduld niet.’

Ben je tevreden met wat je bereikt hebt in de kunstwereld? ‘Jazeker. Ik heb een heel mooie overzichtstentoonstelling, Solo, samen met het Centraal Museum gemaakt. Nu werk ik toe naar een expositie in Los Angeles. Maar er is altijd nog veel te doen.’

 

KUNSTENAAR AMIE DICKE

Monografie Amie Dicke Handle - Collecting Alibis (2 delen) Uitgeverij Walther Koenig, Engels 314 blz. €45, Stedelijk Museum Amsterdam & Buchhandlung-walther-koenig.de

Vorige
Vorige

VIKTOR & ROLF IMPONEREN MET RAUWE GATEN

Volgende
Volgende

22 VRAGEN AAN…