MENNO VAN MEURS: ‘NA 2013 WERD JEANS HET TOONBEELD VAN HOE HET NÍET MOEST’

Tenue de Nîmes x Levi’s samenwerking

Interview in Vintáááge met Menno van Meurs over hoe hij met zijn spijkerbroekenzaak Tenue de Nîmes al twintig jaar knokt voor duurzaamheid en vakmanschap in de denimindustrie. Zijn punt: denim was goed zoals het was. Door Anna Roos van Wijngaarden.

De vader van Menno van Meurs, de ondernemer achter denimwinkel Tenue de Nîmes, was een harde werker. Hij had weinig middelen, maar des te meer waardering voor wat hij bezat. Niets ging bij de vuilnis. Zo liet hij zijn nieuwsgierige zoon een zolder vol jaren 60 en 70 kleding na, waaronder een hoop spijkergoed. ‘Het was heerlijk rondlopen in zijn Wrangler jackets en zijn oude Levi’s broek’, vertelt de zoon. ‘Het was doorleefd maar nog in een pristine conditie.’

Van Meurs werd pas echt een denimhead – spijkerstoffanaat met kennis van het vak – toen hij begin dit millennium als jongvolwassene in de gevierde en helaas weer opgedoekte denimwinkels van Gerard Backx ging werken. Eerst bij Bendorff in Den Haag en later in diezelfde stad bij het meer avant-garde Mode D’Emploi, ‘gebruiksaanwijzing’ in het Frans, en destijds, volgens Van Meurs: ‘Het Vaticaan van de denim in Nederland.’

Het waren de gouden denimjaren, zegt de ondernemer. Europa zag allerhande niche-labels uit Italië (zoals Diesel en Replay) en Japan (zoals Evisu) binnendruppelen. Ze gingen gelijk op met commerciëlere merken als Nudie Jeans, Acne Studios (toen nog Acne Jeans) en het Nederlandse G-Star. ‘De Italianen hebben denim als product van de cowboys naar de catwalk gebracht’, zegt Van Meurs over die gelukkige tijd, de zeroes, zich ervan bewust dat de denimboom al in de jaren tachtig was begonnen. ‘Al die toffe merken kwamen nu in optima forma bij elkaar. Werken in Mode D’Emploi was op gegeven moment letterlijk het enige wat ik nog wilde doen.’ Ondertussen werkte winkeleigenaar Backx aan zijn eigen denimlabel; Van Meurs mocht meekijken hoe dat ging. De basis voor een eigen zaak was toen gelegd.

In 2008 maakt Van Meurs een vliegende start met zijn eigen winkel, Tenue de Nîmes, waarin hij al die merken onderbrengt. Inmiddels heeft hij vijf winkels in beheer: twee filialen van Tenue de Nîmes, waarvan één met schoenen en één met jeans, een voor het merk APC, een voor Redwing en een zaak met zijn eigen merk, Tenue.. Voor Tenue. – je schrijft het met een punt – had Van Meurs geluk met een mentor die in hem geloofde: een agent van de oudste Japanse spijkerstofleverancier Kurabo. Die hielp hem aan de beste denim en een prestigieus atelier in Padua, Italië.

Voor Van Meurs was het atelier de ultieme speeltuin om zijn eerste producten te ontwikkelen. ‘Ze zaten daar zó op de details. Elke stitch was belangrijk omdat het de catwalk op moest. Stiksels zaten verrekt goed in elkaar. De knopen waren gegalvaniseerd (metaal met een beschermlaagje). Klapte je de broek binnenstebuiten, dan zag je dat de zakken van hoogwaardig canvas waren gemaakt. Er hingen geen losse draden aan of slordige lock stitches [afhechtsteken]. Het zat in elkaar als een Italiaans maatkostuum.’

‘Als je dan, niet aan het begin maar ná dat ontwerptraject, aan zo’n fabriek vraagt: wat moet het kosten? En je geeft die eerlijke prijs door aan de consument, dan heb je wat ze noemen een happy supply chain. Je ‘stitch house’ vindt het zalig om zonder goedkope stretch te werken, want daar gaat de machine lekkerder doorheen. Je materiaalleveranciers zijn trots op het resultaat.’ Inmiddels produceert Tenue. in grotere ateliers.

Volgens Van Meurs is er oorspronkelijk niets mis met denim, maar wel met de versie die je vanaf omstreeks 2010 in bijna elke grote kledingketen kunt kopen, want die ontwerpen zijn enkel vanuit een winstoogmerk gemaakt. Er kwam goedkope stretch in die jeans - meestal twee tot vijf procent elastaan, wat van olie wordt gemaakt. De productie is in rap tempo uit Italië vertrokken en naar lagelonenlanden in Azië gegaan, wat weer zorgde voor experimenten met snelle, niet-duurzame bewerkingen, zoals het gebruik van giftige chemicaliën.

LEES HET HELE ARTIKEL IN VINTÁÁÁGE over hoe Van Meurs verder schetst hoe de duurzame, bewust geproduceerde jeans die hij zo liefheeft door een prijzenoorlog in een identiteitscrisis raakte.

VINTÁÁÁGE €8,95 VIA MIRROR-MIRROR/SHOP. MET OP DE COVER (EN INTERVIEW) CARICE VAN HOUTEN.

Volgende
Volgende

CHANEL TWEEDEHANDS DUURDER DAN NIEUW