Borduurwerk van Martine van ‘t Hul voor Ronald van der Kemp
Vijf jaar geleden verhuisde Martine van ’t Hul met haar Borduurburo en gezin naar het Overijsselse Hasselt, vlak bij het gelovige Staphorst, waar vrouwen nog klederdracht dragen. Als Van ’t Hul in Staphorst is – ‘Er zijn daar 3 stoffenwinkels!’ - en ze een dame in klederdracht passeert, maakt haar hart een sprongetje. Vooral als ze, naast het bekende Staphorster stipwerk, enkele geborduurde pailletten ziet schitteren. ‘Bijna alles met ambacht is uitgestorven. Ik vind dat heel erg.’
Martine van ’t Hul studeert in 2000 af aan ArtEZ in Arnhem, afdeling mode. Twee jaar later haalt ze haar master aan Arnhem Fashion Institute. Beide afstudeercollecties bevatten borduurwerk. Om ervaring in de mode op te doen verhuist ze naar Milaan en werkt daar als assistent van Ronald van der Kemp, dan actief als consulent. Daarna werkt ze voor een stoffenfabrikant die hoogwaardige stoffen maakt voor luxe modehuizen.
Terug in Nederland gaat Van ’t Hul aan de slag als ontwerper voor enkele modelabels en op haar wekelijkse vrije dag borduurt ze. ‘De opdrachten bleven niet uit, maar de tijd die ik erin stopte en wat ik kon rekenen als prijs, stonden niet in verhouding. Dat maakte het lastig en zo kwam ik op het idee om machinaal te gaan borduren.’
Na haar laatste modebaan ontvangt ze in 2016 subsidie van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en begint Het Borduurburo. Al snel krijgt ze opdrachten van onder anderen Viktor&Rolf, Ronald van der Kemp en van bekende namen die mag ze niet noemen. ‘Jammer’, vindt ze. ‘Bekende namen helpen als promotie om het ambacht in stand te houden.’
HANG NAAR NOSTALGIE
Meer kennis over de kunst van het borduren kan beslist geen kwaad, weet ze. ‘Soms zeg ik maar dat ik textielontwerper ben, want anders denken ze dat ik de hele dag kruisteken borduur. Zelfs de wat hippere kringen vinden het raar wat ik doe.’ Ze kunnen Van ’t Hul pas plaatsen als ze vertelt dat ze werkt voor De Nederlandse Opera & Nationaal Ballet, een jurk maakte voor Björk, het rozenpak borduurde dat Harry Styles draagt in Madame Tussauds, dat Joline Jolink haar vraagt voor borduurwerk en dat ze exposeert tijdens de Dutch Design Week. Alsof Van ’t Hul het hier nog niet druk genoeg mee heeft, maakt ze ook nog vrij werk, met natuur als inspiratie. Zo experimenteerde ze met paardenhaar en als ik haar spreek borduurt ze met stro. ‘Het goud van de boeren’, zegt ze als boerendochter. ‘Ik heb een enorme hang naar nostalgie omdat alles verdwijnt, dat voelde ik al in mijn jeugd.’
Bij haar Borduurburo in Hasselt ligt de focus op machinale borduursels met een handwerkgevoel. ‘Standaard machinaal borduurwerk wordt meestal gebruikt voor logo’s en is vaak wat ongevoelig geborduurd, dat vind ik super plat.’
Van ’t Hul wil zo duurzaam mogelijk borduren. Voor machinaal borduren zijn garens van polyester en viscose gangbaar, Van ’t Hul hoopt die in de toekomst steeds meer te vervangen door natuurlijke garens.
Ook aan haar paillettenborduurmachine zitten haken en ogen, want die is bedoeld voor de industrie en het is lastig om pailletten kleinschalig in te kopen. Al voelt ze steeds minder de behoefte om met die glimmers te werken omdat ze van plastic zijn. Hoopgevend zijn de van een soort film gemaakte biobased pailletten die ze zag op de Designweek.
Een hoofdbreker was de opdracht om honderd kostuums te borduren met kwetsbaar gouddraad. ‘Omdat kostuums een grote investering zijn en dus lang moeten meegaan, kies ik dan toch voor sterk polyesterdraad, in dit geval de meest duurzame oplossing.’
Zo weegt Van ’t Hul voor elke opdracht af wat het beste is. Los daarvan is het steeds moelijker om kwalitatief goede materialen te vinden, zoals bijvoorbeeld dat gouddraad. ‘Hoe kon ik zo naïef zijn om dit in Nederland te gaan doen? Er is hier zo weinig heritage.’
LEES HET HELE INTERVIEW IN VINTÁÁÁGE
Vrij werk van Martine van ‘t Hul